maandag 6 februari 2012

Vertaalperikelen en vertaalplezier

Bij het vertalen van Niet helemaal alleen vormden de namen van de fantasiewezens die kleine Lars op zijn tocht door het enge bos ontmoet/oproept een uitdaging voor de vertaler om er iets leuks van te maken. Het vlinderachtige wezen Lefja heet in het Noorse origineel Skruvla, wat ongeveer uitgesproken wordt als skruuwla met een w-klank ergens tussen de v en w in. In het Nederlands zou men raar staan te kijken en er skrufla danwel skruvvela van maken, misschien ook skruu-vla... Te ongewis. Navraag bij schrijfster Constance Ørbeck-Nilssen leerde dat Skruvla de naam is van een bergtop ergens in Noorwegen. Toen ik ging zoeken naar de etymologie van de naam werd al snel duidelijk dat het woord te maken heeft met zich groot voordoen (zoals die berg), een beetje opscheppen, lef... Dat is nou net waar Lefja met haar niet alledaagse, kwetsbare lijfje over beschikt; ze beweert honden bang te kunnen maken! Bonus: de klankassociatie van Lefja met Liefje, want lief is ze ook nog (zie tekst en tekening).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen